Tarieven RET 2023 ter besluitvorming bij MRDH, pleidooi voor 0% btw op ov

29 september 2022

Tarieven RET 2023 ter besluitvorming bij MRDH, pleidooi voor 0% btw op ov

Elk jaar passen de ov-bedrijven met hun regionale opdrachtgevers op 1 januari hun prijzen aan. Dit jaar ligt er een tariefstijging van 7,24% voor. De MRDH beslist hier op 12 oktober over. De stijging, die aanzienlijk hoger is dan in andere jaren, wordt veroorzaakt door o.a. de stijging van brandstof- en energiekosten. De ov-sector pleit voor een 0%-btw-tarief om de stijging te compenseren. De RET ondersteunt dit pleidooi.

Hoe komen de tarieven tot stand?

De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd met de Landelijke Tariefindex (LTI). Deze index komt tot stand door een weging van de loon-, energie- en inflatieontwikkeling. Op die manier lopen de tarieven enigszins mee met de kosten van de vervoerbedrijven. Het is dus niet zo dat vervoerders nu meer overhouden. Zelfs deze forse stijging van de tarieven dekt de extra kosten die de RET maakt als gevolg van de hogere energieprijzen niet af.

Op landelijk en regionaal niveau is besloten om reizen op saldo en met een abonnement 7,24% duurder te maken. De RET heeft aan de MRDH voorgesteld om de prijs van de RET-reisproducten ook met 7,24% te verhogen.

De tarieven van het RET 2 uur-kaartje en de verschillende dagkaarten worden niet ieder jaar verhoogd, omdat de RET een afgeronde prijs wil gebruiken. Voor 2023 stelt de RET voor om deze reisproducten mee te laten stijgen met de overige producten. RET 2 uur, RET 1 dag en de RET Kinderdagkaart worden dan met € 0,50 verhoogd.

De volledige voorgestelde tarievenlijst is te vinden op de website van de MRDH.

0% btw op ov kan van tariefstijging een daling maken

Maurice Unck, algemeen directeur van de RET: “Reizigers meer laten betalen voor het ov is het laatste wat we willen. We hebben er de afgelopen jaren alles aan gedaan om een duurder kaartje te voorkomen. Maar om de kostenstijgingen op te vangen, is het nu onvermijdelijk. Om dit te compenseren, pleiten we er vanuit de RET samen met andere vervoerders voor om het ov btw-vrij te maken. Nu de koopkracht afneemt, files toenemen en we een enorme uitdaging hebben op het gebied van klimaat en woningbouw, moet het ov een aantrekkelijk alternatief blijven. Ook willen we dat het toegankelijk blijft voor de mensen die niet zonder kunnen.”

In aanloop naar Prinsjesdag pleitte ov-koepel OVNL samen met reizigersvereniging Rover voor een verlaging van het btw-tarief op ov naar 0%. Dit om naast automobilisten, voor wie de accijnzen verlaagd zijn, ook ov-reizigers te compenseren voor de forse prijsstijgingen die zij voor hun kiezen krijgen. Als de verlaging naar 0% er komt, wordt het ov ondanks de tariefstijging goedkoper in plaats van duurder voor reizigers. Het voorstel heeft de aandacht van Kamer en kabinet, maar er is tot op heden nog geen gehoor aan gegeven.